Ik volg het voetbal niet. Voila, het is eruit, ik geef het toe, met opgeheven hoofd. Vraag me niets over de competitie, snelle spitsen of transfers van zuid naar noord. Ik weet alleen dat de gazetta dello sport op typisch wijvenpapier gedrukt is. Ik ben wel jarenlang F1-fanaat geweest met posters van Damon Hill aan de muren van mijn jeugdkamer. Kim vond dat een beetje bevreemdend toen ze 12 jaar geleden voor ’t eerst bij me thuis kwam. Geen weinig aan de verbeelding overlatende posters met een minimale stoffering van vrouwelijk schoon, maar een F1-piloot. Ik vond dat getuigen van respect voor vrouwen, zij dacht er anders over. We bedoelden het allebei goed, maar toch verstonden we mekaar niet :-).
Over die jeugdkamer moet ik nog iets kwijt. Toen mijn ouders ons huis bouwden, beslisten ze de ganse zolder in te richten als riante slaapkamers voor mijn zus en mezelf. De enige voorwaarde was dat we niet op kot zouden gaan vermits we ieder over een kleine 30m² privacy beschikten. Jongens imponeren hun vriendinnetjes met vanalles en nog wat, ik deed dat onder andere (let vooral op twee voorgaande woorden) met de grootte van mijn slaapkamer. Uiteraard ging ik op kot en volgde zo mijn lief.
Tot mijn achttiende deed ik aan wat geacht werd een echte mannensport te zijn. Zeven jaar lang karate, en niet alleen met mannen. Ik verloor in competities steeds tegen Anneke, de moordgriet van de club, letterlijk en figuurlijk. Daarna werd het politiek, ook een soort mannensport. Maar dat is een gans ander verhaal.
Mannen ondereen, ik blijf het soms vreemd vinden. Op cafe met een pint in de hand, sommigen met een pint in elke hand, klinken vaak grote (on)waarheden en grootse prestaties. Onder mekaar, eensgezind. Tot een bewoonster van Venus voorbijkomt of de groep vergezelt, met totale metamorfose tot gevolg. Haantjesgedrag van de ene, terughoudendheid van de andere, alsof de vertrouwde ventencocon hardhandig door het zwakke geslacht geopend werd. Boeiend zo'n schouwspel.
Over die jeugdkamer moet ik nog iets kwijt. Toen mijn ouders ons huis bouwden, beslisten ze de ganse zolder in te richten als riante slaapkamers voor mijn zus en mezelf. De enige voorwaarde was dat we niet op kot zouden gaan vermits we ieder over een kleine 30m² privacy beschikten. Jongens imponeren hun vriendinnetjes met vanalles en nog wat, ik deed dat onder andere (let vooral op twee voorgaande woorden) met de grootte van mijn slaapkamer. Uiteraard ging ik op kot en volgde zo mijn lief.
Tot mijn achttiende deed ik aan wat geacht werd een echte mannensport te zijn. Zeven jaar lang karate, en niet alleen met mannen. Ik verloor in competities steeds tegen Anneke, de moordgriet van de club, letterlijk en figuurlijk. Daarna werd het politiek, ook een soort mannensport. Maar dat is een gans ander verhaal.
Mannen ondereen, ik blijf het soms vreemd vinden. Op cafe met een pint in de hand, sommigen met een pint in elke hand, klinken vaak grote (on)waarheden en grootse prestaties. Onder mekaar, eensgezind. Tot een bewoonster van Venus voorbijkomt of de groep vergezelt, met totale metamorfose tot gevolg. Haantjesgedrag van de ene, terughoudendheid van de andere, alsof de vertrouwde ventencocon hardhandig door het zwakke geslacht geopend werd. Boeiend zo'n schouwspel.
0 reacties:
Een reactie plaatsen